Wereldwijd wordt er onderzoek gedaan naar het voorkomen van vervuiling op omgekeerde osmose (RO) membranen. Het is bijzonder lastig om biologisch actief water (met name oppervlaktewater en zuiveringseffluent) op betrouwbare wijze te bewerken met RO membraantechnologie. Dit is het gevolg van overmatige biologische afzettingen op het membraan, de zogenaamde ‘biofouling’. Ook Evides ondervindt daar in sommige installaties hinder van.
Door biologische vervuiling van het RO membraan gaat de productiviteit van de RO installatie omlaag. Naast verlies van productie, creëert dit extra drukval over de membraaninstallatie. Hierdoor moet deze chemisch gereinigd worden, hetgeen extra operatortijd en ook geld kost. Ook gaat de levensduur van het membraan omlaag door herhaaldelijk chemisch reinigen en wordt het geproduceerde water ook lager van kwaliteit.
Omdat er behoefte is aan een alternatief voor het chemisch reinigen van de RO membranen, is een onderzoeksproject gestart genaamd ‘AiRO’ . Dit heeft als doel de werking te onderzoeken van een verticaal opgesteld RO- membraan, dat frequent met een combinatie van water en lucht wordt gespoeld (AiRO), op aspecten als bedrijfsvoering en beheersing van membraanvervuiling. Het Innowatorfonds van de Nederlandse overheid steunt het onderzoek met co-financiering. Het onderzoeksteam bestaat, naast Evides, uit Vitens, KWR en Hatenboer-Water.
In de eerste onderzoeksperiode (2009-2010) zijn er experimenten gedaan met een AiRO proefinstallatie in Dordrecht. Het onderzoek richtte zich op het vinden van optimale operationele parameters van de AiRO installatie, bij gebruik van oppervlaktewater dat UF (ultrafiltratie) heeft ondergaan. Het onderzoek in Dordrecht is eind 2010 beëindigd. Een belangrijke conclusie van dit deel van het onderzoek was, dat frequente lucht / waterspoelingen de biofouling aantoonbaar verminderen. Ook kwamen bij de spoelingen aantoonbare hoeveelheden biomassa vrij. De optimale AiRO frequentie bleek één spoeling van 3 minuten per 2 operationele dagen.
De Evides AiRO pilot zal in de loop van 2011 worden ingezet op de productielocatie Ouddorp. Het onderzoek richt zich dan op het functioneren van een AiRO bij gebruik van oppervlaktewater, na zandfiltratie. Conclusies vanuit de onderzoekspraktijk zullen worden vertaald naar ontwerpgrondslagen en werkvoorschriften ten behoeve van de operatie van full scale RO installaties, zoals DWP Botlek te Rozenburg.
